Leven en Boeddhisme
Posted by Chiel en Tara on April 19th, 2010Klik hier voor nieuwe foto’s
Na Inle Lake zijn we doorgereisd naar Mandalay. Mandalay is ooit de hoofdstad van Myanmar geweest. Toen de Britten het land na een derde oorlog volledig in handen kregen, werd Yangon de hoofdstad. In 2005 is de hoofdstad verplaatst naar Nay Pyi Daw, een levenloze nieuwbouw stad tussen Yangon en Mandalay in.
Mandalay daarentegen is een levendige en rommelige stad. Overal op straat zie je markten, mensen en eten. Toen we de ’s ochtends voor het eerste licht door de stad liepen op weg naar de langste teakhouten brug ter wereld was de markt al begonnen. Alle kraampjes werden verlicht door kaarsen en het was zo druk dat het moeilijk was om ons door de mensenmassa heen te werken. Het kaarslicht en de drukte op de vroege ochtend gaf een huiselijk gevoel en het was jammer dat we haast hadden om voor zonsopgang bij de brug te zijn om die opgang daar te kunnen zien.
De zonsopgang bij de U-Bein brug was indrukwekkend. Niet alleen omdat het onbeschrijvelijk mooi was maar ook doordat je hier langzaam de dag zag beginnen. Kinderen die over de brug naar school gingen, vrouwen die met marktgoederen op hun hoofd het water overstaken, monniken die terug kwamen van hun bedelronde voor eten. De brug was een en al leven. Net als Inle lake was het echt, de brug was er niet voor de toeristen maar voor de burmezen die het nodig hebben voor hun dagelijkse leven en dat maakte het dubbel zo mooi.

Later die dag zijn we naar een kleine plaats vlakbij Mandalay geweest. In deze plaats waren tientallen kloosters en honderden pagodes en stupas. Het was er ontzettend rustig en rustgevend, ik kon me goed voorstellen waarom monniken hierheen gingen om te mediteren. Omdat we moe waren van de warmte en het vroege opstaan, hebben we tot vermaak van de monniken een paar uur onder een boom liggen slapen voordat we de berg verder op klommen naar de grootste tempel van deze plaats voor een uitzicht over de omgeving.
Eenmaal boven waren we onder de indruk van de hoeveelheid tempels, stupa’s en pagodes die we zagen in de omgeving. Het is al weer zo’n contrast in dit land, de mensen hebben vrijwel niets maar dat houdt ze niet tegen om de meeste religieuze gebouwen te hebben ter wereld. We konden niet lang reizen zonder er een te zien. En ze waren altijd versierd met goud, edelstenen en zilver. Het was ongelovelijk dat het kon in een arm land als dit, het is iets wat me blijft verbazen hier. Ik weet wel dat het niet veel verschilt van de katholieke kerken die door de eeuwen heen gebouwd zijn van het geld van arme boeren. Maar dat is iets wat je weet uit de geschiedenis, dit is iets wat we nu zagen met onze eigen ogen.
Het laat zien hoe belangrijk geloof hier is voor de mensen. Vrijwel iedereen die we hier ontmoet hebben is ofwel Boeddhist en in het geval van de minderheden Katholiek. De enige Burmees die ontmoet hebben die geen Boeddhist was, was onze gids op een scootertour ten noorden van Mandalay. Hij was degene die nu met zijn camera vastlegt wat er tussen minderheden en het regime gebeurt. Hij was gedessillusioneerd over de toekomst van Myanmar en was van mening dat alleen mensen die niet beter weten geloof nodig hebben. Wel was hij het helemaal eens met de normen en waarden die geloven voorschrijven, maar geloven in een of andere mystieke macht was niets voor hem. Bovendien wees hij erop dat Boeddha geen god is maar een man en dat hij dus al helemaal niet aanbeden moest worden.
In zekere zin was ik het zeker eens met hoe hij tegen geloof aankeek. Maar ik had teveel intelligente monniken ontmoet om het met hem eens te zijn dat alleen mensen die niet beter wisten Boeddhist of gelovig in het algemeen waren.
Het is hier gemakkelijk om aan de praat te raken met een monnik, vaak wachten ze in interessante tempels en paya op toeristen om een praatje te maken. Ze oefenen zo hun engels en leren over wat er aan de hand is in de wereld buiten Myanmar. Ook nu we van het uitzicht aan het genieten waren over de honderden stupa’s en paya’s werden we aangesproken door een monnik.
De dag ervoor waren we al in een nonnenklooster geweest waar we een tijdje met de oudste nonnen hebben gepraat. Het was opvallend hoeveel slechter hun engels was geweest dan die van de monniken. Hoewel in het Boeddisme mannen en vrouwen vrijwel aan elkaar gelijk zijn, is er toch altijd nog een gat tussen man en vrouw.
Dit zag je terug in het opleidingsniveau van de nonnen en in de hoeveelheid geld die zij ontvangen ten opzichte van de monniken. Ze waren daarom extra blij om hun Engels met ons te oefenen, terwijl de oudere nonnen hiermee bezig waren, kwamen de jongeren om de beurt voorbij om een blik op ons te werpen en vervolgens giechelend weg te lopen. We waren samen met Omri en een roodharige Engelsman in het klooster en vooral het rode haar van Matt baarde veel opzien bij de jonge meiden.
Nadat we een uur met ze gepraat hadden was het weer tijd om verder te gaan, teleurgesteld werden we gevraagd om terug te komen. Helaas konden we dat niet beloven omdat we de volgende dag weer verder zouden trekken naar het noorden van Mandalay naar Kyaukme.
Na de scootertrek in Kyaukme zijn we weer aan de praat geraakt met een monnik in een trein. We waren onderweg naar Myitkyina vanaf Mandalay. We hadden de dag ervoor besloten wat we de laatste tien dagen in Myanmar wilden gaan doen. Het plan was om vanaf Myitkyina met de boot terug te varen over de Irrawaddy naar Mandalay. Met de treinreis van Mandalay naar Myitkyina toe zou de reis minimaal zeven dagen kosten. Het was een reis die weinig toeristen maken en het leek ons een uitdaging om dit te doen.
Omdat we vrij laat hadden besloten dat we dit wilden doen en het niet zeker was hoe lang de reis zou gaan duren, moesten we zo snel mogelijk in Myitkyina terecht komen. De enige manier om er te komen was met de trein en het vliegtuig vanuit Mandalay omdat sommige stukken tussen Myitkyina en Mandalay niet toegankelijk waren voor toeristen.
We vertrokken ’s ochtends om zes uur van Kyaukme naar Mandalay waar we trein tickets moesten kopen naar Myitkyina. Het had wat moeite gekost maar we hadden treinkaartjes te pakken kunnen krijgen voor de laatste trein van de dag in de goedkoopste klasse.
We hadden een andere reiziger gesproken we dachten dat zelfs de laagste klasse zachte zittingen zouden hebben. Al snel kwamen we erachter dat we het voor elkaar hadden gekregen om in de enige trein te komen met harde zittingen en dat niet alleen, we zaten ook in de slechtste en langzaamste trein die er was. Dit hield in dat we zevenentwintig uur op een houten bankje moesten doorbrengen terwijl de trein met een gemiddelde snelheid van twintig kilometer per uur over de rails hobbelde. Ik denk dat het het beste te vergelijken is met paardrijden op een houten zadel.
Toch konden we ons prima vermaken tijdens de reis, al binnen vijf minuten raakten we aan de praat met een monnik. U Si Rin Da had zijn plek gewisseld met de man die tegenover ons zat om met ons te praten. Hij was een van de eerste Burmezen die wij hadden ontmoet die buiten Burma had gereisd. Hij werkte samen met een geloofsorganisatie uit Nieuw Zeeland. Zo had hij kunnen studeren in India en had hij naar conferenties kunnen gaan in Singapore en Bangkok. Trots liet hij zijn paspoort met visa’s zien, het was voor hem een teken van vrijheid, een onbetaalbare luxe voor de gewone Burmees.
Het gesprek met U Sin Rin Da was gezellig, hij was grappig, intelligent en vrolijk. Hij zorgde ervoor dat niemand onze beenruimte innam. Op elk station kwamen mensen met bergen goederen in de trein en onze monnik zorgde ervoor dat die goederen niet bij ons terecht kwamen. Hoewel ik vond dat ze ons echt niet anders hoefden te behandelen was het toch wel fijn om beenruimte te hebben en was ik hem er dankbaar voor. Het praten met U Sin Rin Da maakte dat de lange uren op de houten bankjes wat sneller gingen. Pas toen het al weer licht werd, begonnen we stil te vallen. We raakten in een soort halfslaap waarbij we elke keer wakker schoten op het moment dat we echt in slaap vielen. Ik staarde door de gaten in de vloer naar de rails die ik voorbij zag schieten. Elke keer als ik op de klok keek naar de tijd was het weer een klein feestje als we een uur verder waren. Om acht uur ’s ochtends zei ik blij tegen Chiel dat we nu nog maar twaalf uur hoefden, we waren al over de helft, we zaten al vijftien uur in de trein….
Ergens in de uren daarna namen we afscheid van U Sin Rin Da, hij had de laatste uren van de reis met zijn hoofd op de schoot van zijn buurman geslapen. Hij had het die nacht ijskoud gehad, zijn gewaad was per ongelijk nat geworden en ik weet bijna zeker dat het had gevroren die nacht. Maar toen ik hem mijn kleren aanbood had hij ze beleefd geweigerd, hoe ik ook aandrong hij had er niets van willen weten. Dus toen het overdag opgewarmd was, had hij eindelijk kunnen slapen.
Uiteindelijk kwamen we om acht uur ’s avonds aan in Myitkyina. Na een kleine maaltijd en een lange douche vielen we om elf uur uitgeput in bed. Onze nachtrust zou van korte duur zijn want we moesten de volgende ochtend al weer om zes uur klaar staan om te beginnen met het eerste deel van onze bootreis.
Tags: Birma, Boeddhisme, Burma, Kyaukme, Mandalay, Michiel Campagne, Monnik, Myanmar, Myitkyina, Scooters, Tara Sonneveld, Trein, Treinreis Myanmar


Poepoeh guys!!! Wat een doorzettingsvermogen hebben jullie zeg! Wat een mooie en inspirerende mensen ontmoeten jullie onderweg! Echt super gaaf!!!! Hoop dat jullie inmiddels weer een beetje hebben bijgetankt en weer op uit zijn. Love you guys, veel succes met het voortzetten van jullie inspirerende tocht door dit prachtige land! Kusjes!
ahhhhh…. onze 16,5 uur durende reis in Vietnam is er niets bij, respect hoor! Ik zou niet weten waar ik het zou moeten zoeken haha. En dat na al dat zitvlees dat jullie ertussen nog kwijt zijn geraakt!
Adembenemend !
Tara wát n ‘monnikenwerk’:)each story again hanging on your lips sweetie. chiel it is not only looking át but also ín your pictures. dazzling x