Watertaxi
Posted by Chiel en Tara on April 29th, 2010Klik hier voor nieuwe foto’s
Na een treinreis van 27 uur op een houtenbankje is het toch niet heel erg vreemd om te denken dat je het ergste wel gehad hebt. Het is misschien niet raar om te denken maar het is wel anders dan de werkelijkheid uiteindelijk uitpakte.
Na een paar uur slaap in Myitkyina waren we weer vroeg op om de boot naar Sinbo te nemen. In Sinbo zouden we de volgende dag een boot nemen naar Bhamo, dan zouden we op een grote boot opstappen, waar we twee nachten op moesten overnachten. Het was een reis die weinig toeristen maakten en we waren er op voorbereid dat we de komende dagen veel moeite zouden hebben met communiceren met mensen.
Aangekomen bij de boot waren we dan ook stomverbaasd om te zien dat er andere westerlingen waren. Een ouder stel, waarschijnlijk ergens in de vijftig. We waren ook wel een beetje teleurgesteld, we hadden het plan gehad om zeven dagen ons af te sluiten van de buitenwereld en dan wordt je ’s ochtends vroeg begroet met; ‘ Hi guy’s we thought we would be the only tourists, but I guess not. I think you’re the youngest tourists we’ve met during our whole trip…’ enzovoort, en dat allemaal in een adem met een Noord-Amerikaans accent. We haddden het getroffen we zaten in de boot met twee canadezen en de man was niet in staat om zijn mond langer dan een minuut dicht te houden, fijn. Maar de boot was groot genoeg om een eind van hun vandaan te zitten en we deden maar alsof we niet door hadden dat ze de bank achter hun voor ons vrij hadden gehouden.
De reis met de boot was toch leuk, we zigzagden over het water van de ene oever naar de andere oever om mensen die langs de kant stonden op te halen. De boot werd door de locale bevolking gebruikt om van het ene naar het andere dorpje te reizen en wij waren de enigen die de volle acht uur op de boot bleven. Het landschap was vrij eentonig, een zanderige oever en langs de oever droge maar wel groene begroeiing. Langs de waterkant gebeurde er van alles. In de Irrawaddi zijn namelijk goud en robijnen te vinden. Overal waren wel mensen bezig met het zoeken naar deze schatten, sommige mensen simpel met een ronde zeef andere mensen zag je in waterdichte baggerpakken naast een zeefmachine staan. Het was alsof we een reis door de tijd maakten, we waren niet in Myanmar maar in het wilde westen van Amerika twee honderd jaar geleden. Ik peinste over de mensen die daar zo langs het water stonden, wie waren ze, waar kwamen ze vandaan en wat bewoog hun ertoe om dag in dag uit in de bloedhitte langs de oever van de rivier te staan in de hoop om wat te vinden. Waren ze zo arm dat ze geen andere optie zagen dan dit harde leven, waren ze op avontuur of op zoek naar geluk?
Ze fascineerden me stuk voor stuk, het gezinnentje dat langs de waterkant in een tent woonden, de twee mannen die samen met een machine bezig waren. Het tienermeisje dat haar ouders hielp, de vrouw die haar dochterje in de rivier waste. Ik kon maar niet helpen om mezelf af te vragen hoeveel goud deze mensen nou zouden vinden, het zag er zo hopeloos uit.
Het werd al bijna donker toen we aankwamen in Sinbo. Nadat we onze spullen hadden weggebracht naar het enige hotel in Sinbo, een houtenhuis met bamboe muren, besloten we rond te gaan kijken in het dorpje zelf. Sinbo is een dorp waar je normaal nooit zou komen om te overnachten als toerist. Je zou er misschien heen gaan voor een middag om te zien hoe de mensen hier op het platteland leven, maar langer dan een paar uur blijven zou je niet. Het dorpje stelde niet veel voor, een tiental bamboe huizen, honderd mensen, wat vee en dan heb je het wel gehad.
En toch was het ontzettend mooi om er rond te lopen, je kon hier het leven zien dat in honderden jaren nauwelijks was veranderd. De mensen waren nieuwsgierig naar ons maar wisten ook niet goed wat ze met ons aan moesten, ze vonden het maar raar dat we foto’s van ze wilden maken. Op een man na, hij riep ons naar zijn huis toen we er langsliepen. Vertwijfeld liepen we naar hem toe. Eerst begrepen we niet echt wat hij van ons wilden en we stonden een beetje ongemakkelijk voor zijn deur, pas toen hij een brilletje om zijn ogen met zijn handen maakte en op de camera wees snapten we dat hij een foto van zichzelf wilde. Toen Chiel de camera op hem richtte ging hij rechtop zitten met een serieuze blik, de glimlach die zijn gezicht had gesierd was op slag verdwenen. Ook zijn dochtertje stopte gelijk met lachen en serieus staarden ze de camera in. Ik vond ze mooier met lach maar toen ze de foto zagen leken zij tevreden te zijn en we namen weer afscheid van ze.
Terwijl we door de straten liepen kwamen we de mannen en de vrouwen tegen die na een dag werken op het land weer terug keerden naar huis. De vrouwen droegen van alles op hun hooft, manden met groenten, gereedschap en rijst. We kwamen de kinderen tegen die net na een uur wandelen terug waren van school. Ze renden achter ons aan om op de foto te mogen en belangrijker was het zien van de foto natuurlijk. Op het beeldscherm wezen ze naar elkaar en lachten ze degene die er raar uitzag uit.
Toen de zon onder was gingen we terug naar het hotel om te eten en daarna doken we vroeg ons bed in. Gelukkig hoefden we de volgende ochtend niet weer zo vroeg op. Het stuk tussen Sinbo en Bhamo was korter en we konden wat later vertrekken dan de dag ervoor. De boot was die dag een stuk kleiner, we zaten er dit keer maar met z’n zessen op. Dit keer konden we niet ver van de Canadezen gaan zitten, dit hield in dat we de hele bootreis naar een waterval van grootspraak van de man moesten luisteren. Het is echt niet zo dat we een hekel hebben aan andere toeristen ofzo, maar als iemand mij gaat uitleggen dat chinezen geen alfabet hebben maar gebruik maken van karakters, als ik net verteld heb dat we drie maanden door China gereisd hebben dan raakt mijn geduld toch wel op. Het was gewoon beledigend, uiteindelijk heb ik maar gewoon mijn Ipod op gezet en ben ik naar de omgeving gaan kijken. De omgeving was de tweede dag min of meer hetzelfde als de eerste en ik kon weer wegdromen over de levens van de goudzoekers. We kwamen met schemer aan in Bhamo.
De volgende ochtend was er nog een verassing toen we opweg naar de grote boot gingen. Wij vieren waren niet de enige toeristen, er waren nog vijf andere die ons op de slaapboot zouden vergezellen. Ik denk dat er nog nooit zoveel toeristen op die boot hebben geslapen. Chiel en ik waren wel de enigen die op het dek zouden slapen, de rest van de toeristen hadden een cabine. En nou kon Berry tenminste andere mensen lastig vallen met zijn verhalen…
Deel twee van dit verhaal komt er gauw aan!
Ps: De foto’s in de fotowolk horen bij het volgende verhaal, niet stiekem kijken he!
Tags: Bhamo, Birma, Bootreis, Burma, Michiel Campagne, Myanmar, Myitkyina, Sinbo, Tara Sonneveld



Tjee wat mooie foto! Het lijkt alsof alles relaxt en met een glimlach daar gaat.
Geniet hier op afstand van jullie trip. Ga zo door!
Hahaha !!! Zeg em maar gewoon waar het op staat hoor Taar! Het lijkt me een irritante gast. Damn, 27 uur op een houten bankje liggen/zitten…. Hoe doe je dat!?!?!???!! Ik kan niet anders zeggen dat ik respect voor jullie heb. Geniet nog ff en toch kan ik stiekem niet wachten tot je weer thuis bent Taar! Kusjessss
Mooi verhaal weer Tara en i love the photo’s. Die lange ritten naar Griekenland enzo op de achterbank hebben toch zin gehad. Ook al waren die achterbanken niet van hout.
Trouwens Giel, prachtige portetten zeg! Als je terugkomt, boek ik je voor een fotoshoot van Lena:)